Lemaire werd bij Namen geboren. Eind jaren ’70 begon haar muzikale carrière. Met haar groep “Jo Lemaire + Flouze” nam ze in 1979 een gelijknamig album op. Na “Precious Time” (1980) volgde “Pigmy World” waarmee de groep echt doorbrak. Met haar cover van Serge Gainsbourg’ “Je suis venue te dire que je m’en vais” scoorde ze zowel in België als de rest van Europa een grote hit. Toen haar groep splitte en er een echtscheiding tussen haar en haar man Philippe Depireux volgde begon ze haar leven met een nieuwe lei. In 1982 verhuisde ze met haar nieuwe vriend Fa Vanham naar Bilzen in Limburg.

Haar nieuwe album, “Concorde” (1983) werd een groot succes, zowel in Vlaanderen als Wallonië. De plaat bestond uit een Frans- en Engelstalige kant. Een jaar later lag een tweede, titelloos album in de platenzaken, geproduceerd door Jean-Marie Aerts. Het album deed niet zoveel, maar was nog vrij goed, zeker in vergelijking met haar derde plaat, “Stand Up” ( ). Lemaire was voor “Stand Up” overgestapt van Phonogram België naar Polygram International, maar de plaat werd niet zoals zij hem bedoeld had en flopte verschrikkelijk. Sindsdien kende haar carrière afwisselend pieken en dalen.

Via haar concerten en meertaligheid kreeg Lemaire fans in België, Nederland, Frankrijk, Canada, Duitsland,…Ze nam deel aan de “Transmusicales de Rennes”, de “Printemps de Bourges” en de tour “Rock en France”.

“Duelle” (1990), een plaat vol sobere Franse chansons ging goud en werd een succes in Frankrijk. Datzelfde jaar zong ze voor het eerst in het Nederlands op de hommage-cd “Turalura” waarop ze Will Tura’s “Heimwee naar huis” coverde.

Haar album “Liverpool” (1994) werd in de gelijknamige Britse stad opgenomen. De Britse soulzangeres Carmel was co-zangeres en producer.

In 1998 speelde ze een rol in de musical “Brel Blues”, een hommage aan de liedjes van Jacques Brel. Datzelfde jaar nam ze een plaat op waarop haar bekendste liedjes door Vlaamse schrijvers en muzikanten (waaronder Wigbert, Geert van Istendael, Benno Barnard) vertaald worden.

Een jaar later coverde tijdens haar concerten liedjes van Édith Piaf. Eén van haar concerten belandde ook op cd en er werd een televisiedocumentaire rond gemaakt.

In 2000 toerde de zangeres met een concert-programma langs Vlaamse scholen waar ze op een speelse manier de jeugd interesse en smaak voor de Franse taal trachtte bij te brengen. Het werd een succes waaruit twee cd’s volgen (“Eventail Junior”), gebaseerd op personages uit de strip Suske en Wiske.

In 2001 nam ze met producer Frank Duchêne (ex-Hooverphonic) en songschrijvers Michel Bisceglia en Ronny Mosuse het album “Flagrants Délices” op. De single “La saison des amours” was de voorbode van het album dat vol akoestische popsongs en enkele big band-nummers stond.

Op 31 januari 2005 trad Lemaire op in de BOZAR te Brussel in het bijzijn van koningin Paola.

In 2007 nam ze samen met Rocco Granata een song op “La Vie à Deux” waar de videoclip is opgenomen in Restaurant Sardis.

(bron: Wikipedia)